Toen Jezus uitgelachen werd

Jezus en een paar van zijn leerlingen gaan naar het huis van een synagogeleider met de naam Jairus. Net daarvoor had hij Jezus gesmeekt om alsjeblieft mee te komen. Zijn dochter ligt namelijk op sterven. Ze komen er aan en blijkbaar zijn er aardig wat mensen in het huis. Hun gehuil is van een afstandje al hoorbaar. Het meisje is inmiddels overleden. Ze is niet meer. Het doet me denken aan het verhaal van Lazarus. Ook daar komt Jezus aan bij een rouwende menigte die huilen om de dood van hun vriend. Het is het einde, alle hoop is weg.

Maar dan zegt Jezus tegen de mensen: “Waarom huilen jullie? Waarom rouwen jullie? Het kind is niet dood.” De mensen beginnen te lachen. Ongemakkelijk gelach. Of juist bespottend gelach. Alsof ze zeggen: “Ehm, ze ademt niet meer hoor. Dat zie je toch? Ben je wel goed wijs?” In het verhaal van Lazarus ergert Jezus zich aan de opmerkingen van ongeloof en spot. Ook hier lijkt het zo te zijn, want Hij stuurt alle mensen gewoon naar buiten. Wegwezen jullie! Als je hier alleen maar bent om de boel tegen te werken, dan ga je maar weg.

“He points and laughs” door Maxon Jackson

Wanneer heb jij voor het laatst iets doorgezet waar je overtuigd van was maar waar anderen je ronduit voor uitlachten? Als dat in mijn leven gebeurt, dan word ik meestal stil. Ik laat m’n idee wel even pruttelen. Ik kom er later wel op terug. Niet Jezus. Jezus ergert zich. Hij stuurt die nee-zeggers de laan uit. Als je er niet in gelooft, dan hoef je niet hier te zijn. Niemand dwingt je om in Mij te geloven, maar maak alsjeblieft even ruimte voor hen die dat wel doen.

Hij stapt de kamer van het meisje binnen met alleen haar ouders en de leerlingen die mee waren gekomen. “Meisje, ik zeg je, sta op!” Meteen staat ze op. Meteen treedt ze het leven weer in.

Jezus weet wat Zijn Vader in de hemel kan. Hij weet wat de Vader door Hem wilt doen en Hij doet het. Hij doet waar Hij zich geroepen tot voelt en niets of niemand houdt Hem tegen. De nee-zeggers niet. Zelfs de dood niet.